Lig ik lekker lui uitgestrekt op mijn eigen bank bankzaken te doen ποΈπ€, roept hij ineens dat ik mee moet, want ik moet zogenaamd plassen π½π¦. Ik vraag me af hoe hij nou weet of ik moet plassen π€, maar omdat hij zo graag wil dat ik een plasje ga doen, zal ik voor hem opstaan, van mijn bank afkomen, naar de hal lopen en met hem meegaan om een plasje te doen ππͺ. Op het moment dat hij mijn vest wil aantrekken, komt die mafklapper erachter dat hij mijn badjas vergeten is uit te trekken vanmorgen π₯Όπ. Ik lig al de hele ochtend in dat ding, maar ja, ik was vanmorgen ook echt doorweekt π§.
Droog en wel stappen we naar buiten en ja hoor, ben ik weer de lul π, weer nat β. Kan ik zo weer mijn badjas aan π₯Ό. Maar na mijn plasje gedaan te hebben, bleek ik bij thuiskomst niet zo nat te zijn. Een afdroogsessie op de deurmat was voldoende π§»β . Maar daar maak ik altijd een spelletje van π, dus lekker hard grommen πΊ en af en toe even in zijn klauwen bijten voor de lol ππ¦΄. Verder vind ik hem nog wel een beetje lief hoor, vooral als hij zo af en toe aankomt met mijn brokken πβ€οΈ.
Zaterdag waren we bij mevrouw Melanie en haar katjes π±π±, maar ik heb nauwelijks met ze kunnen spelen. Die waren meteen naar buiten gevlucht. Mietjes dat het zijn πΉπ. Zondag heb ik meneer Tinus nog maar even een knuffel gegeven π€, want die gaat gekke bekken trekken in het buitenland ππ. Ik snap niks van pokeren π²π€·ββοΈ. Morgen gaan we weer de regen trotseren en het openbaar vervoer π§οΈπ, dan gaan we weer een dagje naar Rotterdam ποΈπΎ.