Deze ochtend was het weer allemaal drama met het openbaar vervoer ππ©. Bus te laat, zitten we in de trein, rijdt hij niet.
De NS kent ook nog het spelletje stoelendans π, maar dat doen zij met sporen: de trappen op en af rennen om maar op tijd bij een rijdende trein te komen πββοΈππ¨. Van spoor 21 naar 9, of toch terug naar 12β¦ nee, laten we 11 doen π. Wij hebben onze beweging voor vandaag wel weer gehad, dacht ik zo π .
Vanmiddag ging het dan toch een stukje beter π. Komen we op spoor 14 in Rotterdam, zie ik nog net de conducteur lief naar mij zwaaien ππ, dus ik hard knipogen en flirten naar hem, en ja hoor: we moesten even doorlopen, maar we mochten nog met hem mee πβ¨. In Utrecht stonden overal de liften voor ons klaar π en zelfs de bus stond al op ons te wachten π. Heb ik nog even vuil gekeken naar de mensen die op ons plekje zaten π€, en wat denk je? Ze gingen zomaar uit zichzelf weg β maar goed ook, anders had ik mijn tanden er denk ik in gezet, ik had toch al trek π¦·π. Zelfs in Wijk bij Duurstede bleef de buschauffeur niet wachten op het busstation, maar reed in één ruk door. Hij wilde ook naar huis, vertelde hij net voor we uitstapten π‘π.
En waar dan het nieuwe pasje voor de baas blijft? Volgens zijn baas zouden we binnen 14 dagen een pasje moeten ontvangen, maar waar? π€·ββοΈ We zien het wel. Nu eerst lekker bijkomen van een dagje Rotterdam, op mijn bank ποΈπ΄.